Leidinggeven bij de overheid
Lang bleef ik mij afvragen wat nu toch het verschil is tussen leidinggeven bij de overheid en leidinggeven in het algemeen, maar al lezend kregen de passages de overhand die mij overtuigden. Het is toch een vak apart. Niet zozeer omdat het ‘managen’ (verboden woord bij de auteurs) van mensen, processen en middelen zo verschilt, maar omdat de omgeving waartoe de chef-ambtenaar zich moet verhouden, zo wezenlijk anders is.
En die dimensie staat centraal in de Boom-uitgave Leidinggeven bij de overheid van Fred Lafeber en Karel van Oosterom, beiden getooid met een schat aan ervaring op de Haagse en internationale burelen. Op boeiende wijze geven de auteurs inzicht in de do’s en dont’s van het hogere ambtenarenmetier. De adviezen zijn praktisch, de schrijfstijl is plezierig en toegankelijk en de plaatjes ondersteunend en inzichtelijk.
Het boek beschrijft veelal de Haagse werkelijkheid. Dat wil niet zeggen dat gemeente- provincie- en semi-overheidsemployees niets hebben aan de adviezen. Als je ‘bewindspersoon’ vervangt door ‘wethouder’ of ‘gedeputeerde’ kom je een heel eind. De – veelal gezonde – spanning tussen politiek en ambtenarij is tenslotte universeel.
Wat het boek vooral sterk maakt zijn de persoonlijke verhalen en al helemaal als die verhalen mede in het teken staan van – aanvankelijke – inschattingsfouten, van ‘leermomenten’ die je doen groeien in je vak. Zoals dat telefoontje dat Van Oosterom krijgt op die lang verbeide post in New York. Den Haag aan de lijn. Er zijn klachten binnengekomen over zijn leiderschapsstijl en als het niet verandert, dan zwaait er wat. Je vraagt je trouwens af waarom die klachten niet bij hem rechtstreeks binnenkwamen, maar als ik de auteurs goed begrijp dan ligt dat aan de leider zelf. Zo wordt de ondergeschikte – ook op andere plaatsen in het boek – wel vaak een heilige die eigenlijk nooit een verwijt treft. Hoe dan ook, Karel gaat eraan werken en hij wordt er alleen maar sterker door. En de ‘post’ ook. Tot tevredenheid van Den Haag en de rest van de wereld.
Dit soort openlijk ten toon gespreide kwetsbaarheid – kom daar maar eens om in dit tijdperk van macho’s en super-ego’s – maakt het boek authentiek en geloofwaardig. En al gauw raak je verlost van de gedachte dat je het zoveelste managementboek voor je hebt met gelikte adviezen die meestal zijn gestoeld op één centrale, nogal geforceerde filosofie, met als gemeenschappelijk kenmerk dat je er in de praktijk weinig aan hebt.
Nee, dan is het ‘vallen en opstaan’, het ‘je weg zoeken’, het ‘draagvlak creëren’, telkens uitmondend in handzame adviezen aan het eind van het hoofdstuk, een betere weg naar de onzekere en leergierige lezer. En de theorie is er ook, zij het ingebed in de boodschap van de auteurs en concreet bruikbaar voor de praktijk van alledag.
Het is wel veel, dat over de veelbelovende lezer wordt uitgestort. Het aantal tips en adviezen is duizelingwekkend en je vraagt je af wat daarvan beklijft op de immer weerbarstig werkvloer met altijd iets meer chaos dan de leer veronderstelt. ‘Hoe te overleven in de Haagse jungle.’ Dat had ook de titel kunnen zijn.
Teleurstellend – zeker in dit tijdsgewricht – vind ik het hoofdstuk over de wijze waarop de ambtenaar zich moet verhouden tot het politieke primaat voor zover dat op gespannen voet staat met zijn elementaire principes en waarden. Met een paar ondergeschikte nuances is de boodschap in essentie: Als het je niet bevalt, dan neem je maar ontslag. Hoorde ik dat geluid niet eerder vanuit Paleis Noordeinde? Is de nieuwe tekst van de ambtseed het enige haakje om resoluut ‘nee’ te zeggen tegen een politieke wens? Dat mag ik toch niet hopen. Zeker in deze tijd waarin een groot deel van ‘de kiezers’ de wil van het volk laat prevaleren boven de rechtsstaat en waarin politici steeds meer de grenzen opzoeken dient het parool te zijn: De ambtenaar is loyaal aan de bewindspersoon, maar dient in de eerste plaats de waarden die zijn neergelegd in internationale Verdragen, de (Grond)wet en de democratische rechtsorde. Als die met voeten worden getreden, wat is dan zijn opstelling? Moet hij dan stilletjes de uitgang opzoeken of mag hij zijn stem verheffen? Is openlijk protest toegestaan en mag je zelfs, in deze noodsituatie, lekken naar de pers? Die dilemma’s hadden wat meer uitgediept kunnen worden en het straatprotest tegen Gaza is dan niet het enige voorbeeld. Kijk naar de VS om te zien hoe snel ambtelijke en militaire loyaliteit de rechtsstaat aan de rand van de afgrond brengt.
Maar dit is dan ook de enige echt kritische noot die past bij deze leerzame handleiding voor de beginnend leider. Ik mag het boek van harte aanbevelen aan iedereen die aan het begin, of ergens halverwege staat van de soms moeizame, maar altijd boeiende camino van het leidinggeven bij de overheid. Lees dit boek, ook als jouw baas het al heeft gelezen.
Jacques van Eck
oud-raadadviseur Kabinet minister-president, oud-staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State