Gesprek met Knoet de Grote – Over leiderschap, veroveringen en lessen uit de Vikingtijd
“Had ik toen het boek Leidinggeven bij de overheid gehad, dan dan was ik misschien niet alleen de grootste koning van mijn tijd geweest, maar ook de beste vikingmanager.”

Het is een stormachtige avond aan de kust van Jelling, Denemarken. De wind giert om de houten langehal waar het vuur in de centrale haard knettert. De geur van geroosterd vlees en pekel drijft in de lucht. Aan een zware eiken tafel zit Knoet de Grote, koning van Engeland, Denemarken en Noorwegen. Zijn mantel van berenvel hangt los over zijn brede schouders. Rondom ons lachen en zingen zijn mannen, drinkend uit met zilver ingelegde hoorns.

Gespreksschrijver: Majesteit, dank dat u ons in uw hal ontvangt. U hebt vele zeeën bevaren en rijken veroverd. Hoe begon u eigenlijk met het organiseren van uw expedities?

Knoet de Grote:
(legt zijn drinkhoorn neer)
Een Vikingtocht begint niet op zee, maar in het hoofd. Eerst stel je vast wat je wilt bereiken. Wil je alleen plunderen voor buit, of wil je landen innemen en regeren? Dat verschil bepaalt alles — van de route tot de hoeveelheid proviand. Ik stuurde altijd verkenners vooruit, soms vermomd als handelaren. Zij keerden terug met kaarten, beschrijvingen van havens en verhalen over lokale politiek. Pas dan besloot ik of we gingen.

Gespreksschrijver: Dus u had een soort plan zoals moderne leiders dat maken?

Knoet de Grote:
Ja, maar wij noemden het geen plan. Het was een friðgerð — een vredesbreuk. Je kiest het doelwit, je berekent de kansen, en je denkt vooruit over wat er mis kan gaan. Een goede leider moet vooruitzien zoals een stuurman naar de horizon kijkt.

Ik vroeg mezelf altijd drie dingen:

  1. Strategische waarde: Engeland was rijk aan graan, zilver en havens. Noorwegen gaf controle over de Noordzee.
  2. Haalbaarheid: Als je vijand sterker is dan je vloot, moet je wachten of bondgenoten zoeken.
  3. Toekomstige opbrengst: Een plek moet niet alleen vandaag waarde hebben, maar ook over tien jaar.

(roept naar een van zijn mannen)
Svein! Weet je nog, toen we Wessex kozen in plaats van Normandië?

Svein: (lacht) Aye, heer. Normandië was rijk, maar de kusten waren te goed verdedigd. Wessex had open stranden… en meer zilver.

Knoet de Grote:
Precies. Soms is het verstandiger om een iets minder rijke prooi te nemen als de kansen op succes groter zijn.

Gespreksschrijver: Een tweede element is het leiden van mensen . Vikingen stonden bekend als dappere, maar ook koppige strijders. Hoe hield u ze gemotiveerd?

Knoet de Grote:
Motivatie is geen toeval. Je moet het voeden zoals je een vuur voedt.

  • Buit verdelen: Ik gaf elke man zijn eerlijke deel, van de jongste roeier tot de oudste jarls.
  • Eer tonen: Bij het thing prees ik helden publiekelijk. Dat gaf trots en een voorbeeld voor anderen.
  • Zorg voor welzijn: Ik liet zieke mannen niet achter. Een leider die zijn mensen laat verhongeren of sterven, verliest hun trouw.

Gespreksschrijver: En wat als er ruzie was?

Knoet de Grote:
Ruzie? (grijnst) Dat kwam vaak voor. Vikingen zijn trots. Ik luisterde, maar nam daarna snel een beslissing. Twijfel maakt een leider zwak.

(uit de hal): Heer, herinnert u zich nog die keer op het eiland Man, toen twee mannen vochten over een gouden armband?
Knoet de Grote: (lacht) Ja. Ik pakte de armband en brak hem doormidden. Beiden waren eerst boos, maar daarna… hadden ze allebei een verhaal én goud. Soms is eerlijkheid gewoon praktisch.

Gespreksschrijver: Het derde element: middelen. Hoe regelde u alles wat nodig was — schepen, wapens, voedsel?

Knoet de Grote:
Logistiek is de ruggengraat van elk succes.

  • Schepen: Mijn drakars waren snel en wendbaar. Ik liet de beste scheepsbouwers werken met eikenhout en ijzeren klinknagels. Tijdens tochten had ik altijd een timmerman aan boord.
  • Wapens: We hadden smeden in dienst die zwaarden smeedden van patroonstaal, zodat ze sterk en flexibel waren.
  • Voorraden: Gedroogd vlees, gezouten vis, graan. Water in vaten, maar ook bier, omdat dat langer houdbaar was.
  • Geld: Soldij kwam uit zilverreserves en de belofte van buit. Soms leende ik bij rijke kooplieden tegen toekomstige handelsrechten.

Svein: Vergeet de honden niet, heer. Zonder onze honden hadden we in Engeland nooit zo snel voedsel en wild gevonden.
Knoet de Grote: (knikt) Ja, zelfs dieren maken deel uit van je middelen.

Gespreksschrijver: U stond bekend als een meedogenloos leider, maar ook als diplomaat. Hoe heeft u zich aangepast?

Knoet de Grote:
In mijn jeugd dacht ik dat macht kwam uit angst. Maar na mijn eerste regeringsjaren in Engeland zag ik dat respect veel sterker is. Ik hield Engelse wetten in stand, liet lokale edelen hun positie behouden, en gebruikte hun kennis.

Ook leerde ik geduld. Soms is wachten krachtiger dan toeslaan.

Gespreksschrijver: Een voorbeeld?

Knoet de Grote:
Toen er opstand dreigde in Noorwegen, had ik meteen troepen kunnen sturen. Maar ik zond eerst gezanten met geschenken. Binnen een maand was de dreiging verdwenen, zonder een druppel bloed te vergieten.

Gespreksschrijver: U regeerde over een enorm rijk. Zijn er dingen die u liever anders had gedaan?

Knoet de Grote:
Ja. Ik had te veel tegelijk willen beheersen. Misschien had ik beter eerst Engeland volledig kunnen stabiliseren voordat ik Noorwegen aan mijn kroon voegde.

Ook had ik opvolgers beter moeten opleiden. Na mijn dood viel het rijk snel uiteen. Een leider moet bouwen aan iets dat hem overleeft.

De mannen in de hal worden stiller terwijl Knoet over zijn drinkhoorn staart.

Knoet de Grote:
Weet je, in mijn tijd waren er geen boeken over leiderschap. We hadden saga’s, maar die gingen over moed en eer, niet over hoe je mensen motiveert, middelen beheert of strategie maakt. Had ik toen Leidinggeven bij de overheid van Fred Lafeber en Karel van Oosterom gehad… (lacht zacht) … dan was ik misschien niet alleen de grootste koning van mijn tijd geweest, maar ook de beste manager.

Svein: Maar heer, denkt u dat een boek u meer had geleerd dan de zee?
Knoet de Grote: De zee leert je veel, Svein, maar ze geeft geen gestructureerde indeling en geen scherpe samenvatting aan het einde.

Hij heft zijn hoorn, en de hal vult zich weer met gelach en geroep. Buiten giert de wind, maar binnen voelt het warm en stevig — zoals het leiderschap van de man die ooit drie koninkrijken in zijn hand hield.

“En zo eindigt het gesprek van Knoet de Grote, koning van de Noordzee. Opgetekend door vreemde hand, bewaard door de monnik Snorri in het klooster van Skálholt, in het jaar 1053. Moge wie dit leest leren van de woorden van een koning, wiens schepen verdwenen zijn in de mist, maar wiens raad blijft varen door de eeuwen.”